Site logo


vogelbekdier


2 december 2019 | Leren van het vogelbekdier

Morgen, 3 december, is het de internationale dag van mensen met een beperking.
Dat herinnert ons aan de dagbestedingsboerderij die wij hebben ontworpen voor ’s Heeren Loo in Druten. Een project waar wij met veel trots op terugkijken, niet alleen vanwege het ontwerp maar ook zeker vanwege de maatschappelijke rol.

Dit deed ons beslissen om eens dieper in te gaan op betekenisvolle architectuur.
Jaren geleden werd aan Jos gevraagd om een korte presentatie te geven waarbij hij een voorbeeld moest geven van betekenisvolle architectuur, hij kwam met een afbeelding van het vogelbekdier. ‘Uhm, waarom dan?’ zal je nu misschien denken. Ja, wij keken hier ook van op, maar misschien dat een korte uitleg je aan het denken kan zetten …

Want voor wie er wel eens goed naar een vogelbekdier heeft gekeken (en dan hebben we het niet over Perry) zou misschien op zijn gevallen dat het een enorm bijzonder beestje is die volledig is ‘ontworpen’ naar zijn specifieke leefomgeving.
Hij is zo gebouwd dat elk klein onderdeel een functie heeft en hij perfect opgaat in zijn leefomgeving. Eigenlijk zoals een goed gebouw naar ons idee ook moet zijn ontworpen.
En daar komt nog eens bij dat het zo’n bijzonder dier is dat het niet in een hokje te plaatsen is, en laten wij nou geen fan zijn van hokjesdenken.
De aboriginals hadden hier zelfs hun eigen droomtijd-verhaal bij. Volgens het verhaal streden de drie grote dierengroepen (vogels, landdieren en waterdieren) om de gunst van het vogelbekdier om zich bij een van hen te voegen. Het vogelbekdier besloot uiteindelijk dat het niet bij een groep hoefde te horen om bijzonder te zijn, en sloot zich bij geen van hen aan.

Wij dachten overigens ook meteen aan Perry het vogelbekdier uit Phineas en Ferb. Daar is het ook een beestje met 2 verschillende levens die zijn eigen plannen trekt. Net zoals Phineas en Ferb zelf trouwens die ook met reuze inspirerende uitvindingen kwamen, want zeg nou eerlijk, wie wil er geen reuze achtbaan in zijn achtertuin bouwen!?

Goed, we dwalen af. Waar het eigenlijk op neer komt is dat het vogelbekdier een inspiratie voor ons is als we het hebben over betekenisvolle architectuur. En zo vele dieren met hem. Want architectuur gaat voor ons niet alleen maar over gebouwen, het is in vele dingen terug te vinden, waaronder ook zeker in de natuur. (zie hiervoor ook ons mini blog over hoe een vakantie je ogen kan openen)
Veel dieren zijn onwijs goede architecten. Neem bijvoorbeeld een vogelnest, een termietenheuvel, een dam gebouwd door bevers of een bijenkorf, dit zijn al kunstwerkjes op zich. En dan zijn ze ook nog eens volledig gebouwd op hun functionaliteit. Om toch maar weer even terug te grijpen naar het bekende ‘form follows function’.

Architectuur is veel meer dan het ontwerpen van gebouwen, leefomgevingen, ruimtes of welke naam je het ook wil geven. Architectuur kan ook een hele belangrijke rol spelen bij onze gezondheid en onze gemoedstoestand. In dit geval doelen we vooral op functionaliteit, materiaalgebruik, ruimtelijkheid en overzichtelijkheid. Als architect probeer je je in te leven in de gebruiker, maar dat is natuurlijk niet altijd even makkelijk want uiteindelijk zal iedereen een ruimte toch net anders ervaren. Het beste wat je in zo’n geval kan doen is kijken naar de essentiële onderdelen die aanwezig moeten zijn om het gebouw goed te laten werken en daar omheen ontwerpen.

We kunnen dus op het gebied van betekenisvolle architectuur veel leren van de natuur en rare snuiters die volledig zijn ‘opgebouwd’ uit deze essentiële onderdelen, zoals het vogelbekdier.

Optimisme tekening_Tekengebied 1

4 november 2019 | Optimisme

Een wereldverbeteraar zijn, iets bijdragen aan een mooiere wereld. Waarschijnlijk is het een wens van velen, zo ook van ons. Wij zien onszelf als bescheiden architecten, onze architectuur wil niet hoogdravend of aanwezig zijn. Architectuur als spiegel van het ego. Wij denken namelijk dat je met goede architectuur de wereld een beetje beter kan maken.
Hoe dan!? Vraag je je misschien af. Wij hopen door goed doordachte architectuur, architectuur die niet alleen het oog streelt, maar ook door de gebruiker als prettig wordt ervaren. Architectuur waar je je thuis voelt, waar het vertrouwd voelt, en veilig.

Zo nu en dan duikt het gevoel op dat we als architecten juist het tegenovergestelde doen, vooral in het huidige klimaat (letterlijk). Soms voelt het verkeerd om weer een extra stukje aarde te bebouwen, extra materiaal de wereld in te slingeren of een, op het oog, goed functionerende ruimte te slopen.
Maar dit gevoel wordt verlicht door de gedachte dat we hier ook juist als architect een belangrijke rol in kunnen spelen door te kiezen voor renovatie in plaats van nieuwbouw, de keuze voor duurzame materialen of het hergebruik van materialen en herbestemmen in plaats van slopen.
Dit is waar wij als architecten een klein steentje bij kunnen dragen. Voor ons is goede architectuur, architectuur waarbij de architect zich goed inleeft in de gebruiker en veel aandacht besteedt aan de context. Hiermee ontstaat architectuur met een langere houdbaarheidsdatum. Tijdloos, functioneel, aanpasbaar en passend in zijn, al dan niet veranderlijke, omgeving.

Het optimisme voor het ontwerpen op deze manier herkennen we ook bij de architecten van het nieuwe bouwen/modernisme uit het begin van de 20e eeuw.
Lange tijd waren een aantal architecten uit die tijd, zoals Le Corbusier, Rietveld, Duiker en Mies van der Rohe onze absolute helden en een belangrijke referentie voor ons werk. Met een ongelofelijk optimisme werden in die tijd de opgaven waar de wereld voor stond tegemoet gestreden. Men geloofde in de maakbare samenleving. De idealisten van die tijd waren opzoek naar de waarheid. De moderne kunst zocht naar geheel nieuwe vormen om daarmee een bijdrage te leveren aan een betere maatschappij. Het was de basis van een heel aantal nieuwe invloedrijke ontwerpmethoden die we vandaag de dag nog steeds toepassen bij het maken van een ‘duurzaam’ ontwerp. Neem bijvoorbeeld de bekende ‘Form Follows Function’, een uitgangspunt waar we, juist nu we zo driftig op zoek zijn naar duurzame oplossingen, een groot voorbeeld aan kunnen nemen.

Het modernisme is overigens niet de enige stroming waar we een voorbeeld aan kunnen nemen, als doorontwikkeling op het functionalisme ontstond er het structuralisme. Grotendeels geïnspireerd door architecten als Herman Hertzberger (onze leermeester) en Aldo van Eyck die hier een manifest over schreven. Het functionalisme van de wederopbouw had geleid tot een kille en fantasieloze architectuur zo schreven ze.
Het ontmoeten van mensen stimuleren en meervoudig gebruik van de architectuur mogelijk maken werd het nieuwe uitgangspunt.

We hebben veel geleerd van de architecten die ons voorgingen en gelukkig zijn er ook in deze tijd nog velen die een kritische en vernieuwende blik werpen op de huidige rol van architectuur.

Wanneer we al deze inspirerende ontwerpmethoden en kijkwijzen in ons achterhoofd houden en op een passende wijze meenemen in de huidige architectuur kunnen we op kleine schaal een verandering brengen in iemands leven en zo toch stiekeme wereldverbeteraars zijn.


Orbanisme

7 oktober 2019 | Dromen over orbanisme

Per 1 oktober is ons team gedurende 16 weken uitgebreid met een “onderzoeksafdeling”. 4 leerlingen van 5 VWO  van het Cals College uit Nieuwegein komen ons versterken. Samen gaan we onderzoeken, herdefiniëren en ontwerpen aan studenten- en starterswoningen, momenteel een zeer relevante (ontwerp) opgave.

Als startpunt hebben we de Vlaamse architect Luc Deleu genomen, in de jaren ’70-80’ van de vorige eeuw kwam hij met het ingenieuze voorstel om alle studenten op, zo dachten wij, cruise schepen rond de wereld te laten reizen. Cruiseschepen die verbouwd waren tot een heuse campus inclusief universiteit. Zo zouden de studenten tijdens het studeren in aanraking komen met andere culturen en alles wat er nog meer bij komt kijken, een reis vol lessen voor het leven zou je kunnen zeggen. Overigens niet alleen goed voor de studenten maar ook praktisch qua ruimtegebruik. Want, zo concludeerde Luc Deleu na het aanschouwen van de huidige maatschappij, dat architectuur zich niet meer op de schaal van de stad (urbanisme) maar op de schaal van de wereld (orbanisme) afspeelt. Dit zou een efficiënter gebruik van het aardoppervlak doen ontstaan. Deleu stond hierbij voor het voldongen feit dat de aarde al volgebouwd is en ruimte dus ergens anders moest worden gezocht. Hij probeerde de aardruimte evenwichtig en ecologisch te herverdelen want zijn orbanisme had niet de bedoeling de wereld te herontwerpen.

Met zijn soms ironische, dan weer sterk onderbouwde voorstellen, adviezen en recente projecten leverde Luc Deleu commentaar op bestaande situaties door er alternatieven voor te formuleren.  In de jaren zeventig hield hij zich bezig met het ontwikkelen van het begrip orbanisme, een opvatting die hij illustreerde met een Orbanistisch Manifest. Hij stelde een breed kader op waarbinnen oplossingen voor meer mobiliteit, betere communicatie, stadsverfraaiing en meer vrijheid voor het individu geformuleerd werden. Zijn Manifest daartoe bevatte provocerende, utopisch-anarchistisch, maar onderlegde voorstellen die gingen van ‘Het schieten van nucleair afval naar de zon’ en ‘De Sahara bevruchten door er de mestoverschotten naartoe te verhuizen’ naar ‘Het aanleggen van fruitboomlanen’ en ‘openbaar pluimvee laten rondlopen’. En zo dus ook ‘de omvorming van vliegdekschepen tot varende universiteiten of bejaardentehuizen’. Vliegdekschepen inderdaad, dat bleken we verkeerd te hebben opgeslagen, maar eigenlijk vonden we onze invulling van cruiseschepen toch mooier dan de voorgestelde, ietwat militaristische, vliegdekschepen. 

Helaas zijn cruiseschepen alles behalve zuinig dus moeten we misschien toch maar wat anders verzinnen. Gelukkig zijn er nog genoeg vrije geesten zoals Luc Deleu te vinden. Dan dromen wij nog even door over de varende campus en gaan wij intussen op zoek naar slimme oplossingen op het vasteland.